direct naar inhoud van 2.3 Milieuaspecten
Plan: 1e herziening bestemmingsplan Polhaar Oost 1982, de Schakel
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0148.PolhOosthz1-vo01

2.3 Milieuaspecten

Omdat verschillende milieuaspecten, zoals geluidhinder bodemverontreiniging en luchtkwaliteit en externe veiligheid invloed kunnen hebben op de mogelijkheden en wenselijkheden voor de inrichting van een gebied, dient voor het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan hieraan aandacht besteed te zijn. Het gaat hierbij om:

  • mogelijke geluidhinder vanwege het wegverkeer;
  • relatie bedrijven - toekomstige woningbouw/planontwikkeling;
  • mogelijke bodemverontreiniging;
  • luchtkwaliteit;
  • externe veiligheid.

2.3.1 Mogelijke geluidhinder vanwege het wegverkeer

Met betrekking tot geluid, veroorzaak door het wegverkeer is in de Wet geluidhinder (Wgh), de verplichting opgenomen tot het verrichten van onderzoek naar geluidsbelasting op de gevels van (nieuw geprojecteerde) woningen en andere geluidsgevoelige objecten. Dit onderzoek is niet verplicht als op de wegen in en nabij het plangebied de maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

Alle wegen die grenzen aan het plangebied dan wel de wegen die op enige afstand van het plangebied aanwezig zijn hebben een maxiumumsnelheid van 30 km/uur. Er zijn dus vanwege de Wgh op dit punt geen belemmeringen voor de toekomstige planontwikkeling.

2.3.2 Relatie bedrijven/begraafplaats - toekomstige woningbouw/planontwikkeling

Bedrijven en nutsvoorzieningen die in de nabijheid van geprojecteerde woningen of scholen zijn gesitueerd kunnen voor overlast/hinder zorgen (lawaai, trillingen, stank en dergelijke).

Ter bevordering van de coördinatie milieuwetgeving/ruimtelijke ordening wordt, ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van bedrijven op verschillende afstanden van het woonmilieu veelal gebruik gemaakt van de VNG-bedrijvenlijst, zoals opgenomen in de uitgave "Bedrijven en milieuzonering".

In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die overlast/hinder kunnen veroorzaken in het kader van de voorgenomen planontwikkeling. Niets staat dan ook in de weg om de planontwikkeling door te zetten.

In het verleden was ook een afstand tussen geprojecteerde woningbouw en een begraafplaats wettelijk verplicht (in het kader van de Wet op de lijkbezorging). Dit is niet meer het geval. Wel is in dit geval uit pi√ęteitsoverwegingen een duidelijke scheiding/afscherming aangehouden.

Om de begraafplaats is een hoge bestaande haag aanwezig. Verder is tussen de woningen een voetpad aanwezig; het voetpad wordt eveneens gehandhaafd. Gestreefd wordt verder naar het situeren van de woningen met een garage op de kavel waarbij de garage tussen begraafplaats en woning wordt gerealiseerd.

2.3.3 Mogelijke bodemverontreiniging

P.M.

2.3.4 Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is een nieuw toetsingskader ontstaan voor luchtkwaliteit bij ruimtelijke projecten. Een toetsingskader dat overeenkomsten kent met het toetsingskader zoals dat gold onder het Besluit luchtkwaliteit 2005, maar dat op enkele onderdelen duidelijk afwijkt.
Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen.
Op basis van artikel 5.16 van de Wet Milieubeheer kan, samengevat, een bestemmingsplan worden vastgesteld, indien:

  • 1. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde;
  • 2. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect;
  • 3. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen;
  • 4. het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).


Van een verslechtering van de luchtkwaliteit " in betekenende mate" als bedoeld onder 3 is sprake indien zich een van de volgende ontwikkelingen voordoet:

  • Woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;
  • Infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);
  • Kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.


Het criterium "niet in betekenende mate" kan pas worden toegepast als het NSL en de (nieuwe) regionale programma's zijn vastgesteld en dat is nog niet het geval. Daarom kan nog niet van de 3%-regeling gebruik gemaakt worden (het percentage van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 of NO2 waarmee de luchtkwaliteit verslechtert als gevolg van het project), maar geldt de 1%-grens. Tot het verlenen van derogatie door de EU is een plan met een bijdrage aan de luchtkwaliteit van minder dan 1% van de grenswaarde voor de stoffen PM10 of NO2 gedefinieerd als "niet in betekenende mate" (NIBM). In de Regeling NIBM is vastgelegd welke plannen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. In voorschrift 3B.2 van de Regeling is vastgelegd dat een plan met ten hoogste 500 woningen en een ontsluitingsweg niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Bij twee ontsluitende wegen met een gelijkmatige verkeersverdeling voldoet een plan met ten hoogste 1.000 woningen aan de NIBM-grens.


Het voorliggende bestemmingsplan bevat niet een van deze ontwikkelingen. Geconcludeerd kan worden dat door de ontwikkeling, die in het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, de luchtkwaliteit niet "in betekenende mate" zal verslechteren. Derhalve hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan.

2.3.5 Externe veiligheid

In het kader van de opstelling van dit bestemmingsplan is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd.

Dit betreft allereerst een inventarisatie welke risicobronnen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Vervolgens is nagegaan per risicobron of er in het kader van de externe veiligheid beperkingen zijn voor de voorgenomen planontwikkeling.

Aan de Rondweg is een lpg-vulpunt van het tankstation Rondweg BV gelegen. Het plangebied ligt ver buiten het invloedsgebied en buiten de PR-contouren.

In de tweede plaats kunnen (met ontheffing) over de Koesteeg en Rondweg gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Het invloedsgebied van deze route schampt het plangebied.

Geconcludeerd is dat de voorgenomen planontwikkeling doorgang kan vinden zonder in conflict te komen met externe veiligheidsaspecten.

Een en ander is kortgesloten met de Veiligheidsregio-IJsselland. Deze heeft een positief advies afgegeven.