direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: 2e herziening Bestemmingsplan Nieuwleusen 2007 actualisering
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0148.NNlsn07hz2-oh01

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Bedrijf ' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een hoveniersbedrijf indien en voorzover de gronden zijn aangeduid "hovenier";
  • b. een bedrijfswoning indien en voorzover de gronden zijn aangeduid met "bedrijfswoning";
  • c. detailhandel niet is toegestaan;
  • d. Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan;
  • e. vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan;
  • f. Wgh-inrichtingen niet zijn toegestaan;
  • g. inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 niet zijn toegestaan;

met daarbijbehorende:

  • h. gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, terreinen, wegen paden, parkeervoorzieningen, water- en groenvoorzieningen.
3.2 Bouwregels

Op de voor ' Bedrijf ' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

3.2.1 Gebouwen

Voor een gebouw gelden de volgende regels:

  • a. een gebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)", de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de op de plankaart aangegeven bouwhoogte;
  • c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer dan 2,50 m bedragen.
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:

  • a. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • e. de sociale veiligheid;
  • f. de externe veiligheid.
3.4 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in:

  • a. 3.2.1 onder d en de afstand tot de perceelgrens wordt verkleing tot niet minder dan 0 m;
  • b. 3.2.2 en een bouwhoogte toe te staan van maximaal 5.50 m;
3.4.1 Afwegingskader

Een in 3.4 genoemde ontheffing kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • e. de sociale veiligheid;
  • f. de externe veiligheid.
3.4.2 Procedure

Voor een besluit tot ontheffing geldt de in 15.1 vermelde voorbereidingsprocedure.

3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Strijdig gebruik

Tot en met de bestemming strijdig gebruik als bedoeld in 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval gerekend:

  • a. bewoning van bedrijfsruimten.
3.6 Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 3.1 en:

  • a. 3.1 ten behoeve van productiegebonden detailhandel.
3.6.1 Afwegingskader

Een in 3.6 genoemde ontheffing kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • e. de sociale veiligheid;
  • f. de externe veiligheid.
3.6.2 Procedure

Voor een besluit tot ontheffing geldt de in 15.1 vermelde voorbereidingsprocedure.