direct naar inhoud van 4.3 Welstandsparagraaf
Plan: 7e herziening bestemmingsplan Lemelerveld 2006, Verbindingsweg 3
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0148.LLemhz7-on01

4.3 Welstandsparagraaf

1. Locatie en programma

Het plangebied bevindt zich aan de Verbindingsweg 3 te Lemelerveld. De locatie ligt op de overgang tussen het dorp Lemelerveld en haar buitengebied.

2. Ruimtelijke structuur

Ten noorden en westen van het plangebied bevindt zich de dorpsrand van Lemelerveld. De structuur van het dorp wordt bepaald door lange lijnen; langs deze lijnen heeft de bebouwing van Lemelerveld zich ontwikkeld. Op de overgang van het dorp Lemelerveld naar het heideontginningslandschap bevindt zich een kleinschalig kampenlandschap. In deze zone bevindt zich het perceel Verbindingsweg 3. Direct zuidoostelijk van het plangebied ligt het heidontginningslandschap.

3. Karakteristiek en identiteit

Uit de landschapsanalyse komt naar voren dat Erve in de Wal voor 1900 nog niet bestond als bewoonde plek. Daardoor heeft het erf geen historische waarde als agrarisch erf. Het erf is géén karakteristiek oud erf in het kampenlandschap. Het is een relatief jonge woonlocatie die waarschijnlijk in de jaren '50 / '60 ontwikkeld is. De huidige woning heeft op dit moment onvoldoende tot geen relatie tot haar omgeving. Daarnaast heeft de huidige bebouwing geen karakteristieke elementen die de omgeving versterken.

4. Gewenste situatie

De herontwikkeling van het betreffende plangebied, biedt zeer goede mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Dit vooral met betrekking rot de ruimtelijke relatie tussen de woning en het landschap. Om deze duurzame kwaliteittoevoeging te realiseren is het noodzakelijk om het plangebied meer tot één geheel te maken en om de nieuw te bouwen woning 'gedekt' op te stellen tussen de begroeiing.

5. Architectuur

Voor het vormgeven van de architectuur is de gewenste situatie vanuit de landschapsanalyse het Startpunt.

I Situering van de woning

Vanuit het landschap vormen de randen van het plangebied een natuurlijke beschutting door het toepassen van voldoende groen. Het plangebied wordt als één geheel vormgegeven. De woning vormt een zelfstandig element op een beschutte plek. Het is van belang dat er voldoende 'lucht' aan de randen van het plangebied overblijft zodat de bouwmassa niet gaat overheersen in het beeld. De woning vormt één compacte massa en wordt als één solitair element in de ruimte geplaatst dusdanig dat de plaatsing van de bebouwing ondergeschikt blijft aan de landschappelijke invulling.

II Informele architectuur

De sfeer van de architectuur is informeel en passend bij de groene setting. Dit kan onder andere worden bereikt door een asymmetrische vormgeving en een samengestelde dakvorm. Daarnaast bestaat het bebouwingsbeeld uit lage gootlijnen en grote dakvlakken zodat het dak wordt 'opgenomen' in de omgeving. Toevoegingen aan het dak zoals dakkapellen zijn toegestaan mits deze ondergeschikt blijven ten opzichte van het dakvlak. De detaillering van de woning is sober en doelmatig.

III Gebruik van kleur en materiaal

De toepassing van kleur en materiaal van de woning moet aansluiten op de sfeer van de erfinrichting. De kleuren en materialen van het dakvlak zijn gedekt van kleur. Passende materialen zijn riet of donkere pannen. Het kleur en materiaalgebruik van de geveldelen moet worden afgestemd op de architectuur van de woning. Door het grote dakvlak is hier meer variatie mogelijk. De overige materialen die toegepast worden bij de woning zijn eveneens natuurlijke materialen. De kleurstelling van de kozijnen en overige houten moeten ingetogen van kleur zijn. Ook de detaillering van de woning is ingetogen; passend in de omgeving en streekeigen.