direct naar inhoud van 2.2 Provinciaal beleid
Plan: 7e herziening bestemmingsplan Lemelerveld 2006, Verbindingsweg 3
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0148.LLemhz7-on01

2.2 Provinciaal beleid

2.2.1 Omgevingsvisie en verordening Provincie Overijssel

De Omgevingsvisie richt zich op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. Duurzaamheid wordt gerealiseerd door een transparante en evenwichtige afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De hiernavolgende hoofdstukken geven aan dat de met het plan beoogde ontwikkelingen aansluiten bij de Omgevingsvisie.

De Omgevingsvisie richt zich op het versterken en beschermen van bestaande en nieuwe kwaliteiten door middel van gebiedskenmerken. De Omgevingsverordening verankerd dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in overeenstemming met de gebiedskenmerken. Verder dient onderbouwd te worden dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat voor het gebied is neergelegd.

De gebiedskenmerken zijn inzichtelijk gemaakt op kaart met kaartnummer 09295046. De nadere uitwerking is neergelegd in de Catalogus Gebiedskenmerken. Bestemmingsplannen dienen in overeenstemming te zijn met de normerende uitspraken uit voornoemde Catalogus. Voorts worden er richtinggevende uitspraken gedaan. Voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen dienen bestemmingsplannen ook hiermee in overeenstemming te zijn.

2.2.2 Verbindingsweg 3
2.2.2.1 Ontwikkelingsperspectief

Het perceel Verbindingsweg 3 ligt in het gebied waarvoor het ontwikkelingsperspectief “buitengebied accent productie (schoonheid van de moderne landbouw)” geldt. Zie voor een weergave hiervan onderstaand figuur.

Kaart 2

afbeelding "i_NL.IMRO.0148.LLemhz7-on01_0002.png"

Relevant gedeelte kaart Ontwikkelingsperspectieven

Dit ontwikkelingsperspectief ziet op open gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw royaal de ruimte krijgt. Dit ontwikkelingsperspectief omvat de gebieden waar het ruimtelijk raamwerk van lanen, waterlopen, lintbebouwingen en bosstroken optimaal in harmonie zijn met deze schaalvergroting. De kwaliteitsambitie is om de diverse landschappen herkenbaar te houden ten opzichte van elkaar en verschillen en contrasten binnen deze landschappen te accentueren.

De onderhavige ontwikkeling op de Verbindingsweg 3 past binnen het ontwikkelingsperspectief in die zin dat het de agrarische bedrijvigheid in de omgeving niet belemmerd. Dit is namelijk overgangsgebied. Het perceel ligt tussen sportvelden, natuur en bebouwing. Op generlei wijze wordt verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw beperkt. Voorts wordt het erf conform het advies van het Oversticht aangesloten bij het landschap. Het landschap wordt zodoende versterkt.

2.2.2.2 Gebiedskenmerken

Op de Verbindingsweg 3 zijn drie lagen van toepassing; de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurgebied en de lust en leisurelaag. Hieronder worden de ontwikkelingen nader toegespitst op deze drie lagen.

2.2.2.2.1 Natuurlijke laag

Zoals zichtbaar op onderstaand figuur ligt het perceel Verbindingsweg 3 op kaart met kaartnummer 09295046 in de natuurlijke laag binnen de dekzandvlakte en ruggen.

Kaart 3

afbeelding "i_NL.IMRO.0148.LLemhz7-on01_0003.png"

Figuur: Relevant deel natuurlijke laag

De afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdallen en de daarbij behorende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. Het is een reliëf rijk landschap, gevormd door de wind dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd.

De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.

De norm is dat dekzandvlakten en ruggen een beschermende bestemmingsregeling krijgen, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen van het huidige reliëf. In de richtinggevende uitspraak staat dat als ontwikkelingen plaatsvinden, deze dan bijdragen aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Verder is bij ontwikkelingen de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdallen en ruggen, het uitgangspunt.

Gelet op het feit dat er geen dekzandvlakte of rug op of nabij het perceel Verbindingsweg 3 aanwezig is, zijn normerende en richtinggevende uitspraken uit de Catalogus niet van toepassing op onderhavig plan.

2.2.2.2.2 Laag van het agrarisch cultuurlandschap

Zoals zichtbaar op onderstaand figuur ligt het perceel Verbindingsweg 3 op kaart met kaartnummer 09295047 in de laag van het agrarisch cultuurlandschap binnen de jonge heide- en broekontginningslandschap.Het LOP- van de gemeente Dalfsen deelt de locatie echter in onder het Kampenlandschap (oude hoevenlandschap) gezien de kenmerken van het landschap (kleinschalig, divers, met reliëf en oude erven). Zie tevens paragraaf 2.3.1. van de toelichting van de onderhavige herziening. Wij gaan in deze partiële herziening dan ook uit van de bepalingen uit de catalogus gebiedskenmerken die betrekking hebben op het oude hoevenlandschap.

Kaart 4

afbeelding "i_NL.IMRO.0148.LLemhz7-on01_0004.png"

Figuur: laag van het agrarisch cultuurlandschap

Het oude hoevenlandschap is een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de 'organische' vormen van landschap volgt. Spinragstructuur vanuit de erven naar de omliggende gronden en tussen de erven.

De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.

De norm is dat de essen en esjes een beschermende bestemmingsregeling krijgen, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf.

Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen:

- de erven met erfbeplanting;

- open es(je); beekdal; voormalige heidevelden,

- de mate van openheid en kleinschaligheid.

Ontwikkelingen vergroten de toegankelijkheid van erven en erfroutes.

2.2.2.2.3 Lust en leisurelaag

Zoals zichtbaar op onderstaand figuur ligt het perceel Verbindingsweg 3 op kaart met kaartnummer 09295049 in de lust- en leisurelaag in het gebied waar donkerte centraal staat.

Kaart 5

afbeelding "i_NL.IMRO.0148.LLemhz7-on01_0005.png"

Relevant deel Lust- en leisurelaag

Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

De Catalogus doet een richtinggevende uitspraak In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht. Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied.

In het onderhavige plan wordt niet voorzien in extra kunstlicht ten opzichte van de huidige situatie. Zodoende is het plan dan ook in overeenstemming met voornoemde richtinggevende uitspraak.

2.2.2.3 Generiek beleid Omgevingsverordening

De Omgevingsvisie introduceert de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Ontwikkelingen in de Groene omgeving gaan hierdoor samen met een impuls in kwaliteit. Hiervoor dient de gemeente beleid te ontwikkelen. Bestemmingsplannen voor de groene omgeving kunnen – met in voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Voorts gelden conform de Omgevingsverordening de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Nu het onderhavige perceel is gelegen in het overgangsgebied zijn voornoemde bepalingen niet van toepassing op het onderhavige plan.

Verder staat in de Omgevingsverordening vermeld, dat bestemmingsplannen die betrekking hebben op bestaande natuur voorzien in een specifieke, daarop toegesneden bestemming die gericht is op behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. Voornoemde bestemmingsplannen voorzien niet in ontwikkelingen waardoor de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden worden aangetast. In afwijking hiervan kunnen ontwikkelingen worden toegestaan die uit een oogpunt van zwaarwegende maatschappelijke belangen noodzakelijk zijn en waarin niet op een andere wijze kan worden voorzien, mits in voldoende mate in compensatie is voorzien.

Bestaande natuur zijn conform de toelichting op het betreffende artikel bestaande bos- en natuurgebieden buiten de EHS die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening in geldende bestemmingsplannen als zodanig zijn bestemd.

Een gedeelte van het perceel is aangemerkt als bos in het bestemmingsplan Lemelerveld 2006. Een gedeelte van dit bos is echter zeer verwaarloosd waardoor de bomen die er staan een gevaar vormen voor de woning op het perceel. De veiligheid van onze burgers zien wij als een zwaarwegend maatschappelijk belang, met name nu er geen aanwezige waarden zijn die beschermd dienen te worden en er sprake is van een vergrote compensatiefactor. In het kader van de Boswet geldt er namelijk een compensatiefactor 1,3. In dit bestemmingsplan wordt de oppervlakte bos gecompenseerd middels de factor 1,5. Dit is een sterke vooruitgang op het perceel aangezien er meer bomen terug gepland worden die levendig zijn, de bosgrond wordt vermenigvuldigd met 1,5 en het perceel beter landschappelijk wordt ingepast. Er is overigens bekeken of het mogelijk was de woning naar voren op het perceel te plaatsen, dit is echter slechts beperkt mogelijk met het oog op de situering ten opzichte van de weg (vanuit ruimtelijk oogpunt en veiligheid niet wenselijk). Verdere onderbouwing van het plan is uitgewerkt in hoofdstuk 4 van de toelichting.