direct naar inhoud van Artikel 5 Wonen
Plan: 7e herziening bestemmingsplan Lemelerveld 2006, Verbindingsweg 3
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0148.LLemhz7-on01

Artikel 5 Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. bed & breakfast;

met daarbijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, tuinen en erven en met dien verstande dat per bestemmingsvlak ten hoogste 1 vrijstaande woning is toegestaan, tenzij anders op de kaart is aangegeven en met dien verstande dat aaneengebouwde woningen niet mogen worden gesplitst in vrijstaande woningen, alsmede dat de gebouwen mogen worden gebruikt als praktijk- of studioruimte mits hierdoor de woonfunctie als overwegende functie van het bestemmingsvlak niet wordt aangetast.

5.2 Bouwregels

Op de voor Wonen aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

5.2.1 Hoofdgebouwen

Voor een hoofdgebouw gelden de volgende regels:

  • a. indien op de plankaart een bouwvlak aanwezig is, mag het hoofdgebouw uitsluitend binnen dit bouwvlak worden gebouwd.
  • b. de breedte van een hoofdgebouw mag niet minder dan 5 m bedragen;
  • c. de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m;
  • e. de dakhelling ten minste 25° bedraagtº.
5.2.2 Aan- en bijgebouwen

Voor een aanbouw en een bijgebouw gelden de volgende regels:

  • a. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan;
  • b. de oppervlakte van een aan- en bijgebouw per woning ten hoogste 125 m2 bedraagt dan wel, indien een grotere oppervlakte aanwezig is, de oppervlakte zoals die per bijgebouw bestond op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan;
  • c. de afstand van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen;
  • d. de afstand van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd;
  • e. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd;
  • f. de goothoogte van een aanbouw, uitbouw of een bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw.
5.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde

Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer dan 2 m bedragen.
5.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in:

  • a. het bepaalde in 5.2.1 onder d en toestaan dat de goothoogte wordt verhoogd met niet meer dan 2 meter;
  • b. het bepaalde in 5.2.1 onder f ten behoeve van een verhoging danwel verlaging van de dakhelling.
5.3.1 Afwegingskader

Een in lid 5.3 genoemde ontheffing kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. een goede woonsituatie;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. de sociale veiligheid.
5.3.2 Procedure

Voor een besluit tot ontheffing geldt de in lid 9.1 vermelde voorbereidingsprocedure.

5.4 Ontheffing van de gebruiksregels
  • 1. Onder strijdig gebruik als bedoeld onder 7.1 wordt in ieder geval verstaan:
    • a. het gebruiken van bijgebouwen (waaronder begrepen voormalige agrarische bedrijfsgebouwen) als woning of recreatiewoning;
    • b. het gebruik van gronden en opstallen voor handelsdoeleinden.
  • 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde onder 1 sub a ten behoeve van recreatief nachtverblijf in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen ("boerderijkamers") met dien verstande dat:
    • a. de hiertoe aan te wenden oppervlakte van de bij de woning horende voormalige agrarische bedrijfsgebouwen ten hoogste 200 m2 bedraagt;
    • b. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer dan 50 m2 bedraagt;
    • c. ten hoogste ruimte wordt geboden voor 15 slaapplaatsen;
    • d. de afstand van de gebouwen waarin de boerderijkamers worden gerealiseerd tot de woning ten hoogste 25 m bedraagt.
  • 3. Bij de beoordeling van het bepaalde onder 2 dient mede betrokken te worden:
    • a. de mate waarin de belangen van de gebruikers en/of eigenaren van aangrenzende gronden en/of nabijgelegen agrarische bedrijven worden geschaad;
    • b. de mate waarin de ruimtelijke uitstraling als woning met bijgebouwen en de landschappelijke inpassing worden gewaarborgd, onder andere door afschermende beplanting;
    • c. de wijze waarop permanente bewoning door de bedrijfsvoerder wordt tegengegaan.

Indien de onder a, b of c genoemde belangen onevenredig worden geschaad vindt de onder 2 genoemde ontheffingsbevoegdheid geen toepassing.

5.4.1 Procedure

Voor een besluit tot ontheffing geldt de in lid 9.1 vermelde voorbereidingsprocedure.